zondag 16 maart 2008

Giacometti

'Alberto Giacometti'© Henri Cartier-Bresson, 1961.

We bekijken een foto van de hand -het oog- van Henri Cartier-Bresson uit 1961, waarop de beeldhouwer Alberto Giacometti te zien is. Dit is geen traditioneel, maar nietemin zeer ge(s)laagd portret. De kunstenaar heeft geen pose aangenomen, heeft zich niet expliciet laten portretteren, maar de fotograaf heeft hem ‘genomen in de actie’, waarschijnlijk tijdens voorbereidende werkzaamheden voor een tentoonstelling in een galerie of museum. Deze actie wordt ook onderstreept door de bewegingsonscherpe weergave van de man. Het lijkt een contradictie: een portret waarop de geportretteerde door die onscherpte niet duidelijk herkenbaar is.
Giacometti wordt gefotografeerd in een relevante context, in een omgeving waarmee de man zich kan identificeren: zijn werken zijn er te zien, hij draagt heel geconcentreerd één van zijn beelden en heeft geen aandacht voor de fotograaf maar alleen voor zijn werken. Hoewel de sculpturen van invloed zijn op de betekenissen en de compositie van de foto, zijn zij niet ten volle in beeld gebracht: drie van de vijf beelden zitten niet volledig binnen het beeldkader. Wat van de grootste twee beelden te zien is, is ruim voldoende om van betekenis te zijn: de suggestie van de beweging en de stilstand.
De kunstenaar is in beweging. Wellicht heeft de fotograaf aangevoeld dat hij de beeldhouwer in beweging moest fotograferen, in overeenstemming met het ‘bewegende’ sculptuur. Maar er is meer aan de hand. Het ‘bewegende’ beeld is donker, net als het pak van Giacometti. Hij beweegt zicht met een ‘stilstaand’ beeldje. Hij loopt voorovergebogen en de kromming van zijn rug legt zich mooi in de curve van het beeld. Hij zet net als het beeld een stap voorwaarts. Op deze manier heeft Cartier-Bresson ervoor gezorgd dat hij hem toont als een kunstenaar die zich met zijn werk schijnt te ‘vereenzelvigen’. Een van de belangrijkste elementen in deze foto, vol symboliek en paradoxie, is precies dat deze op het juiste moment is genomen, op het goeie moment is ‘bevroren’ - ‘gebeeldhouwd’ kunnen we wel zeggen -.
Deze foto lijkt geen compositorische kwaliteiten te bezitten. Er is geen enkele belangrijke lijn die zich evenwijdig aan de beeldrand vertoont. De veelheid aan figuren en objecten geven een ‘rommelige’, onsamenhangende indruk. De kunstenaar, die dan toch geacht wordt de figuur te zijn om wie het draait, is zeer centraal in de foto te zien en deze positie was in de jaren ’50 en ’60 niet meer zo ‘done’. Geen gulden sneden of elementen die zorgen voor een uitgesproken compositorisch evenwicht ofte esthetische orde.
Zou men kunnen instemmen met de veronderstelling dat Henri Cartier-Bresson de vormelijkheden hier intuïtief conform de inhoud heeft weergegeven en het geheel daarom juist betekenisvol wordt: Giacometti werd gefotografeerd in een ruimte waarin de objecten nog hun definitieve plaats moeten vinden; de kunstenaar die daarin op één been ergens naartoe stapt en dus ook maar ten dele in evenwicht is?
In ieder geval is er, ondanks de actie en het vormelijke onevenwicht, een relatief rustig beeld gemaakt. Wat is daar de verklaring voor? Wellicht is het antwoord te vinden op het mysterieuze briefje dat Giacometti in zijn mond houdt.

2 opmerkingen:

paul zei

toch heb ik het gevoel dat alles wonderwel op z'n plaats staat luc...

LUC RABAEY zei

Dat is het precies: wonderwel! Ik spreek je dus niet tegen, nu niet, noch in de tekst.